Battery 100%

Hoofdschuddend loop ik achter ze aan, terug naar onze fietsen. Ik gloei, ik straal, ik bruis van energie, ik kan mijn lachen niet inhouden, zou willen rennen. "Man, man, man.... wát een kick!" Voor mij uit lopen mijn vaste zeezwem-maatjes: twee stoere vrouwen. De een is begin dertig, een sportfanaat in topconditie met een onbedwingbare bos krullen. De ander een energieke, tanige dame van net zestig, kortgeknipt grijs haar. We verschillen als dag en nacht. Ook al wonen we in hetzelfde dorp, we zien elkaar zelden in het dagelijks leven.
Wat wij delen is de verslaving aan dit gevoel; die onvoorstelbare golf van energie die door ons lijf spuit na het zwemmen. Woorden schieten tekort. We vervallen in gemeenplaatsen als; "Wat ben ik blij dat we zijn gegaan, wat was ik hier aan toe, wat was het weer heerlijk".

Soms zijn we met meer; een man of vijf, zes sluit zich met regelmaat bij ons aan. Een stel met een zoon van begin 20, een zus, een zwager. We praten eigenlijk nooit over iets anders dan de zee. Soms, op de fiets naar het strand wijden we uit over werk of gezin, maar het is bijzaak. Hoe staat de wind, is het hoog of laag water, dát is wat telt. Terwijl we ons warm fietsen in die drie kilometer naar zee bereiden we ons voor op wat komen gaat.
De eerste blik op zee is allesbepalend; waar we zullen uitkleden, waar we de zee ingaan. Ervaren speuren we de branding af. Hoe staat de wind? Waar zit de mui? Is er een binnenzee die we moeten doorwaden en wordt het nog veel lastiger dan we dachten?  Tassen ploffen in het zand. Dan de concentratie: anderhalve minuut waarin we ons uitkleden tot op ons badpak, onze kleding opvouwen; jas onderop, sokken in de schoenen tegen het wegwaaien, de handdoek bovenop voor het grijpen.

Zonder een woord lopen we de laatste meters over het strand. Nu is het een kwestie van de ademhaling onder controle brengen. Hoe lager je ademt, hoe beter je de kou kunt trotseren. De eerste peiling van de temperatuur van het water terwijl we stevig doorstappen, soms bijna hollen. De oudste is altijd als eerste door; ze laat zich al bij kniediepte simpelweg plat voorover vallen. Zij pakt altijd de meeste golven, is het langste onder.

Benen gevoelloos. De ogen op de volgende golf. Ik wil door. Adem laag. Uitademen met kracht nu. Gaan. Gáán! Mijn hemel! Snel rechtop staan. Check, de anderen zijn in de buurt. Nog een golf. Pijn door de kou in mijn onderbuik. Boven water is het warmer dan er in. Toch nog een keer onder. Mee met een golf richting strand. Check, ze zijn er nog. Een blik van verstandhouding. Blijven ademen. Nog een keer dan, kop ook onder water. Niet te doen, wat is dit koud. Ademen. Mijn verstand schreeuwt; het wil er uit. "Nog één?" schreeuwend tegen de wind. Ademen. Nog één golf. Ademen. De laatste.

We draaien ons om. Altijd tegelijk uit zee. Dat is de afspraak. Grote stappen met de benen hoog. Er uit. Op een holletje richting tas en handdoek..... dan begint het. Soms al voordat het natte goed uit is begint die tinteling. Met een oude handdoek ros ik mijn benen af, ik voel het niet. Met de rug naar de wind snel een shirt aan, een trui, grote joggingbroek... De kou verdwijnt. Het is begonnen. Dit is waar het om gaat. Een bruisende golf van warm komt opzetten. Sokken aan, hup in de openstaande schoenen. Sjaal om, klaar. Nog een blik op de golven, dan het duin op, naar de fietsen. Nu bruist het. Het fietsen gaat als voor de wind. Wat een kick. Dit is leven. We lachen, stralen, vliegen naar huis, snel polsen we elkaars plannen voor de week. Morgen weer? In het weekend dan?













Populaire posts van deze blog

Een frisse start van 2019

Mevrouw de dagvoorzitter...